In 1964, meer dan 50 jaar geleden, vroeg een inspecteur lager onderwijs aan Jos Dupré om met de Intercommunale Kempen (IOK), waarvan hij directeur was, een school voor licht mentaal gehandicapte kinderen op te richten. De gemeenten afzonderlijk hadden hiervoor een te klein aantal kinderen.  Dit initiatief paste echter niet in het maatschappelijk doel van de intercommunale. Daarom beloofde het echtpaar Dupré een privé initiatief te nemen.

In 1964 richtten zij een VZW op. Tijdens de grote vakantie richtten zij in een oude patronaatszaal in Westerlo  centrum drie klasjes in voor jongens van 6 tot 12 jaar. Het succes was zo groot dat zij na 3 jaar moesten uitkijken naar grond om een groter gebouw neer te zetten . Intussen was de school ook opengesteld voor meisjes.

Jos Dupré ging bedelen voor grond bij de prins de Merode, bij de bisschop van Antwerpen en bij de abdij van Tongerlo. De reactie was driemaal negatief. Na enige tijd kwam de prelaat van de abdij  op zijn antwoord terug en bood een stuk grond van 3,5 ha aan, dicht bij de abdij en dit  zonder eigendomsoverdracht. De VZW mocht daar echter niet bouwen omdat het landbouwzone was. Jos Dupré heeft  een ruil bekomen tussen de grond van de abdij en de grond van de Landmaatschappij. Op de grond van de abdij bouwden zij hun school; dit met een erfpacht van 45 jaar, eventueel later te hernieuwen met 45 jaar.

Jaren later heeft de VZW de grond waarop hun gebouwen staan kunnen kopen van de abdij. Bovendien heeft de VZW nog 4,5 ha kunnen bijkopen van de Landmaatschappij. Tongelsbos beschikt nu over een eigendom van 8 ha  in een bestemmingsgebied voor gemeenschapsvoorziening volgens het gewestplan.

Bouwen kost echter geld en de VZW beschikte oorspronkelijk maar over 100 000 BF terwijl de eerste gebouwen tweemaal 3 miljoen BF zouden kosten. De bank wou echter geen lening toestaan omdat de VZW geen borg kon geven. Tweemaal heeft de abdij dan borg gestaan met haar effectenportefeuille. Tien jaar lang heeft het echtpaar Dupré  met financiële problemen geworsteld. Zij moesten jaarlijks voor 1 miljoen BF zorgen voor afbetaling van de schulden en voor een kaskrediet, dat toen zeer duur was. Dat miljoen per jaar haalden zij voornamelijk uit een jaarlijkse groots opgezet bal en een daarbij horende tombola. Deze traditie bleef  13 jaar bestaan.

Einde van de jaren ’60 werd er ook naast de lagere school (BLO) opgericht ook een beroepsschool (BuSO) opgericht. Zij hebben toen ook voor de twee scholen, die feitelijk verenigingen waren, een VZW opgericht omwille van de hoofdelijke verantwoordelijkheid. Grond, gebouwen en infrastructuur bleven tot vandaag bij de oorspronkelijke VZW (patrimonium VZW). Die stelt alles ter beschikking van de 2 scholen. De lagere school heeft tot doel de elementaire kennis van het basisonderwijs bij onze kinderen te onderwijzen. De beroepsschool heeft tot doel de leerlingen een beroep aan te leren om normaal door het leven te kunnen gaan en in de samenleving te worden geïntegreerd.